|
Uit: 'De club van 7 op onderzoek':
Peter pakte zijn opschrijfboekje. 'Geef maar zo veel mogelijk details. Alles kan van pas komen. Het is ook belangrijk om te weten hoe hij was gekleed, dan kunnen we naar hem uitkijken.'
Michiel deed zijn ogen dicht om zich het beeld voor de geest te halen. 'Hij had een middelmatig postuur. Niet groot, niet klein. Hij droeg een oude versleten jas van bruin tweed of zoiets, en een smerige lichtgrijze broek. Hij had een zwarte hoed op, met een gat erin. O ja, en hij had ook nog een sjaal om z'n nek, met roodwitte noppen...'
'Ik weet het al!' Peter schreeuwde zo hard dat de anderen zich een hoedje schrokken. 'Michiel! Weet je wat je zojuist precies beschreven hebt? De kleren van de vogelverschrikker!'
|
|
|