|
Uit: 'De Vijf op de Smokkelaarsrots':
Mijnheer Barling was een beetje gek! Altijd had hij het heerlijk gevonden, een groot smokkelaar te zijn in tijden, dat het met de smokkelarij zowat gedaan was. Hij kon niet buiten de spanning, te weten dat zijn schepen in de mist naar de verradelijke zeemoerassen koersten. Hij vond het heerlijk, zich voor te stellen, dat over een small, glibberig pad in de door nevels onoverzichtelijke moerassen mannen voortslopen naar de afgesproken plek om de gesmokkelde goederen daarheen te brengen.
"Honderd jaar of nog veel langer geleden had u moeten leven," zei Roetje, die eveneens voelde, dat Mijnheer Barling waanzinnig moest zijn. "U hoort niet thuis in deze tijd!"
Met in het lantaarnlicht gevaarlijk flikkerende ogen wendde Meneer Barling zich naar Roetje. "Als je nog een woord durft te zeggen, gooi ik je in het moeras," zei hij.
Roetje voelde een huivering langs zijn ruggegraat glijden. Opeens wist hij zeker, dat Mijnheer Barling werkelijk meende, wat hij zei. Het was een gevaarlijk man.
|
|
|